Hulp nodig ?    +31 (0)541- 369620

Uw Winkelwagen:

Uw winkelwagen bevat geen artikelen.

A
Aalstreep
Is een donkere haarstreep welke van de maan top door de manenkam en over de rug tot de staart door loopt.
Aan de hand
Gebruikelijke optie om het paard te leiden door terrein, waarbij de geleider aan de linkerkant het paard loopt en deze aan het halster, ketting, halstertouw of hoofdstel houdt.
Aanleuning
Een paard dat ontspannen is en constant licht aan de teugel loopt en de achterhand op de juiste manier gebruikt.
Aan de teugel
Het paard heeft een ontspannen nekgewricht waarbij de hals opwaarts en licht gebogen is. Het paard loopt met een licht gespannen teugel aan het bit. Om paarden aan de teugel te gaan rijden moet je kuit gaan geven en weer laten terug komen in de mond.
Aanrijden
1) Het paard vanuit stilstand, stap of draf over laten gaan snellere gang.
2) Een jong/groen paard beleren, oftewel inrijden.
3) Op een hindernis aan komen rijden.
Achterboom
Achterste gedeelte van het zadel. 
Zie ook: de info
 bij harnachement (zadel)
Achterhand
De achterhand is het achterste gedeelte van een paard, vanaf de middelste ribben welke een stukje achter het zadel ligt.
Achterwaarts
Het paard beweegd zich achteruit.
Actie
Een goede rechte actie betekend de manier waarop het paard zich voortbeweegt. De achterbenen volgen de voorbenen zonder zijwaartse afwijkingen zoals maaien en strijken.
 
Aftands
Deze benaming word gebruikt voor paarden van boven de zeven jaar (dit is te zien aan het gebit).
 
Aftekening
Pigment vlekken op het lijf van het paard, welke het hele leven blijft bestaan, wel kunnen deze veranderen van kleur en sterkte. Bijvoorbeeld de bles, een kol, wit aan de voeten en sokken zijn hier een mooi voorbeeld van.
Albino
Zijn paarden met een aangeboren pigment gebrek, de haren en de huid zijn wittig en de ogen rood. Albino's zijn schuw in het karakter en zien het best tegen zonsondergang.
Appelschimmel
Een schimmel met grijze vlekken die in de loop der jaren langzaam verdwijnen.
Appuyeren
Is een oefening uit de dressuur waarbij het paard zowel voorwaarts als zijwaarts beweegd.
Africhtingsingel
Een africhtingssingel is een band voorzien van riemen en gespen welke om de buik van het paard vastgemaakt word, hierdoor blijft het dekje op zijn plaats.
 
B
Balbetrappen
Het paard raakt met de achterste voet de hiel van de voorste voet. In paarden termen: Raakt de toon van de achtervoet op de bal van de voorste hoef.
Barema
Een Barema is een lijst/tabel van cijfers, hiermee word een springconcours gejureerd. Het tabel bestaat uit 3 delen , het eerste deel  A , wordt gebruikt bij het springen, en tabel C word bijvoorbeeld bij het rennen gebruikt.
Barrage
Een Barrage is een andere benaming voor opnieuw te rijden of te springen concours. Omdat er diverse paarden op dezelfde plaats staan word er zo een eindresultaat bepaald. Dit resultaat wordt beslist door fouten in het springen, de tijd of een combi van beide.
Been aktie
De stijlvolle preciese (energieke) bewegingen van de benen van het paard.
 
Behang
Een dikke bos haren om de benen, deze zijn vaak vet en dik. Dit komt veel voor bij trekpaarden, friesen en haflingers.
Bekappen
Het vijlen, snijden en bij knippen van de hoef. Voor de meeste paarden gebeurd dit om de vier tot zes weken. Dit word gedaan door een hoefsmid.
Beslagen
Een beslagen paard houdt in dat het paard hoefijzers draagt.
Biest
De biest is de eerste melk die het veulen drinkt van de moeder. Deze melk heeft naast belangrijke afweer stoffen een werking wat de spijsvertering op gang helpt.
(Bijzetteugels
Hiermee wordt gezorgd dat het paard makkelijker afbuigt en nageeft. De bijzetteugels worden aan ringen van het bit vast gemaakt en aan de andere kant van de teugel gaan de ringen vast aan het zadel / longeersingel.
Bit
Het bit is vaak een ijzeren stang (staaf) soms is deze gebroken. Het bit word bevestigd aan het hoofdstel en zit en in de mond van het paard. Aan het bit zitten de teugels vast, waardoor je het paard kan besturen.
Bles
De bles is een witte streep over de neus. Het paard is vaak goed te herkennen aan de bles.
Bokken
Bij bokken springt en kromt een paard tegelijkertijd. Dit kan hij van blijdschap doen bij het lostalen in de wei of bak maar hij kan ook een poging doen om de ruiter van zijn rug te bokken.
Bouw
De exterieur van een paard. Hoe het paard gebouwd is. Men spreekt dan over de bouw van een paard.
Bovenarm
Bovenkant van de voorbenen, boven de knieen.
Bruinbont
Bruin of vosgekleurd gevelkte paarden.
Bruine
Lichtbruin, middenbruin, roodbruin of donkerbruin vacht gekleurde paarden met zwart gekleurde manen en staart.
Byerley Turk
Een Arabische hengst; één van de drie stamhengsten waaruit de Engels Volbloed is ontstaan. De Byerley Turk werd overmeesterd tijdens de belegering van Boedapest en door kaptein Byerley mee naar Engeland genomen - vandaar zijn naam.
 
 
C
Can 't see back
Wollen stukken die naast de ogen zitten (soort oogkleppen), die speciaal bedoeld zijn voor dravers. Deze zorgen ervoor dat het paard niet achter zich kan kijken en dus ook niet onrustig van de andere paarden kan worden.
Cap
Stevig, halfrond hoofddeksel, wat de ruiter tegen een val of trap tegen het hoofd beschermt.
Caprilli
Caprilli, Frederico (1868-1907) was een Italiaanse cavalerie-officier die de moderne springstijl introduceerde zoals hij tot op de dag van vandaag op rijscholen wordt aangeleerd; de verlichte zit.
Carpitis
Zere pijpen of knieproblemen bij jonge Volbloeds, die meestal worden veroorzaakt door te veel en te zwaar werk.
Cavaletto
Mv: Cavalletti. Een kleine hindernis, bestaande uit een ronde balk of boom, die aan beide kanten wordt gesteund door twee kruiselings op elkaar geslagen latten. Wordt ook gebruikt bij het longeren en trainen van een dressuurpaard.
Changementen
Galopswisselingen.
Chef d'équipe
De persoon die, bij internationale evenementen, de rechtstreekse technische leider is van de deelnemende ruiters van een bepaald land.
Cob
Een paarden- en/of ponytype dat zich onderscheidt door een gedrongen, laag-bij-de-grondse lichaamsbouw. De beste Cobs zijn uitstekende rijpaarden die goed kunnen galopperen.
Cornage
Een paard heeft cornage als het een aandoening aan de luchtwegen heeft, waardoor het snuift en piept tijdens de ademhaling. Een keeloperatie kan de kwaal verhelpen. Hierbij worden de verlamde stembanden, die het inademen bemoeilijken, weggehaald.
Couperen
Het verwijderen van de staart, meestal bij trekpaarden gedaan, om te voorkomen dat de staart in de trekker komt. Tegenwoordig wordt het als traditie gedaan, maar is verboden in de meeste landen (in Nederland in iedergeval wel).
 
D
Dampigheid
Ziekte waarbij de luchtwegen chronisch verstopt raken.
Darley Arabian
De belangrijkste van de drie stamhengsten van de Engelse Volbloed. Het paard werd omstreeks 1700 naar Engeland geëxporteerd.
Deken-scheren
Al het haar wordt afgeschoren, op een dekenvormige plek op de rug, de lendenen en de benen na.
Dekhengst
Hengst die bewust wordt ingezet voor het dekken van meerdere merries.
Dekken
Dit is een fokterm: een merrie is gedekt als ze met een hengst heeft gepaard.
Derby (spring-)
De eerste springderby was in Hamburg in 1920. Kenmerkend voor deze springwedstrijd zijn het lange parcours en de bijzondere hindernissen, zoals wallen, ingegraven hindernissen, tafelhekken, greppels en stenen muren.
Diepe strobedekking
Systeem van opstrooien in de stal waarbij elke dag nieuw materiaal (stro), over het oude wordt gestrooid.
Doorzitten
In draf blijven zitten en meegaan met de bewegingen van het paard, in plaats van staan-zitten (lichtrijden).
Dressuurproef
Proef die het paard en ruiter moeten afleggen, met verplichte figuren, waar cijfers voor worden gegeven. Er zijn verschillende niveaus.
Drieganger
Paard dat drie gangen toont; stap, draf en galop.
Drievoudige sprong
Drie hindernissen die zo dicht op elkaar staan dat ze weliswaar in drie sprongen moeten worden genomen, maar eigenlijk bij elkaar horen en als één hindernis moeten worden gezien.
Drijven
De (natuurlijke) hulpen die worden gebruikt om het paard vooruit te laten gaan.
Droes
Een plotselinge, besmettelijke paardenziekte die samen gaat met koorts, neusuitvloeïng en abcessen in de lymfklieren, tegen de binnenkant van de onderkaak en/of aan weerszijden van de keelholte.
Droge ledematen
Wil zeggen dat je de botten en spieren onder de huid duidelijk ziet liggen. De Arabier bijvoorbeeld, heeft droge ledematen.
Drukplekken
Kneuzingen of wonden van de huid van het paard, als gevolg van het drukken van een (slecht passend) zadel en singel.
E
Economische eter
Paarden die met weinig voer toe kunnen. De meeste grote paarden hebben naast gras en hooi krachtvoer nodig, maar bij economische eters is gras al genoeg.
Edel
Temperamentvolle, ranke en elegante paarden zijn edel.
Equus Caballus
Latijnse naam voor alle paarden.
Exterieur
De lichaamsbouw van het paard
Extra gangen
Normaal heeft een paard drie gangen; stap, draf en galop. Een paard dat één of meerdere extra gangen heeft, kan behalve de normale gangen ook extra gangen, zoals bij IJslanders de telgang en tölt.
F
Figuren
Lijnen die je rijd in de bak, zoals een gebroken lijn, volte, van hand veranderen enz.
Flank
Zijkant van het paard
Flemen
Het paard steekt zijn neus omhoog en trekt zijn bovenlip op. Vooral hengsten doen dit als ze een merrie ontdekt hebben.
Fokmerrie
Merrie die voor de fok gebruikt wordt.
Fox Trot
Speciale gang, in deze gangen is de beenzetting hetzelfde als in stap. Hoorbaar als een zuivere 4-takt en zichtbaar door een vloeiende beweging met een sterk stuwend achterbeen waarbij de afdruk van de achterhoef die van de voorhoef ruim overtreft. Het voorbeen komt hierbij ruim en los uit de schouder. De hals en het hoofd maken een knikkende beweging in het ritme van de gang. DIt is een kenmerkende gang voor de Tennesse Walker.
 
G
Gaedingur
(Spreek uit gaidinguur) IJslands woord voor een perfect geschoold rijpaard, met zeer goede gangen (de vijf gangen).
Gallen
Zwellingen rondom het kootgewricht door een vochtopeenhoping.
Galvaynes Groef
Een groef op het kauwvlak aan de buitenkant van de hoektanden in de bovenkaak. Ze verschijnen als het paard zo'n tien jaar oud is. De slijtage breidt zich daarna uit tot het paard een leeftijd van tussen de twintig en vijfentwintig jaar heeft bereikt.
Gangen
Manier waarom het paard zich kan worden voortbewegen. Er zijn verschillende ritmes en snelheden. Je onderscheid meestal drie gangen; stap, draf en galop. Je hebt ook nog aparte gangen zoals de tölt en telgang
Godolphin Barb
De derde van de drie stamhengsten die ten grondslag liggen aan de Engels Volbloed. De Godolphin Barb (of Arabier) werd in 1729 in Parijs gekocht door een zekere Edward Coke uit Derbyshire.
H
Halfbloed
Paard dat een bepaald percentage Arabisch bloed heeft.
Halsriem
Riem om de hals van het paard, die de ruiter vast kan houden als hij nog niet zo goed evenwicht heeft.
Halster
Riemen aan het hoofd van het paard, waarmee je een paard kan leiden of vastzetten, en waar het halstertouw aan vast kan worden gemaakt.
Halstertouw
Stevig touw dat met een paniekhaak of musketon aan het halster wordt vastgemaakt. Hiermee kun je het paard leiden en vastzetten.
Halthouden
Het paard staat stil.
Haksel
Fijngehakt hooi of stro dat, gemengd met maïs en/of zemelen, als voedsel dient.
Hands
De hoogte van een paard wordt gemeten vanaf het hoogste punt van de schoft tot op de grond. Op het Europese continent wordt die maat (de stokmaat) gemeten in centimeters, terwijl hij in het Engelssprekende deel van de wereld gewoonlijk in 'hands' wordt gemeten.
Hardvoer
Geconcentreerde voeding, zoals haver, biks etc.
Harnachement
Het tuig dat een paard draagt (hoofdstel, zadel, etc.).
Hengst
Een ongecastreerd mannelijk paard.
Hengstigheidsperiode
De periode dat een merrie vruchtbaar is.
Hengstveulen
Term voor een mannenlijk paard, jonger dan twee jaar.
Hertenhals
Hals die aan de bovenkant hol is, en aan de onderkant een zeer sterke bespiering heeft.
Hoefbeenbuigpees-ontsteking
Een chronische ontsteking van de halvemaanvormige schijf aan de onderachterzijde van het hoefbeen. Deze ontsteking komt voor bij spring- en militarypaarden, en vaak worden hun zenuwen doorgesneden om te zorgen dat ze door kunnen gaan in de springsport.
Hoefkanker
Een hoeflederhuidontsteking die gepaard gaat met veel woekering van de ontstoken hoeflederhuid.
Hoefkrabber
Metalen voorwerp waarmee de hoeven mee worden schoongemaakt.
Hogeschool
De opleiding waarin de klassieke rijkunst tot op het hoogste niveau wordt beoefend.
Hol in de knieën
Van opzij gezien vormen de botten aan weerszijden van het spronggewricht een (holle) boog. Deze afwijking kan ook voorkomen aan het voorbeen.
Hoofdstel
Het tuig aan het hoofd van het paard.
Huidschimmel (ringworm)
Een besmettelijke huidaandoening. De symptomen van ringworm zijn rijksdaaldergrote, ronde, kale, schilferige plekken op de huid.
Hulpen
De verschillende manieren waarop de ruiter zijn wensen aan het paard duidelijk maakt. Er zijn twee soorten hulpen - natuurlijke (benen, zit, handen en stem) en kunstmatige (zweep en sporen).
I
IJsberen in de box
Een stalondeugd, die meestal wordt veroorzaakt door verveling. Het paard loopt eindeloos in de box heen en weer.
Impuls
Een goed samenspel tussen de drijvende hulpen en de teugel hulpen. Het is een opgewekte drang die de ruiter/amazone goed onder controle heeft. De acht
Isabel
Goudkleurige of roomkleurige vacht met witte manen en staart.
 
J
Jaarling
Een mannelijk of vrouwelijk paard dat tussen de een en twee jaar oud is.
Jodhpurs
Lichte zomerrijbroek die tot de enkels loopt, met leren stukken aan de binnenkant van de pijpen.
 
K
Kaptoom
Bitloos hoofdstel, dat van leer of nylon is gemaakt. Het wordt gebruikt bij longeren en jonge paarden en de africhting van jonge paarden.
Kentucky Derby
De beroemste race voor Volbloeden in de Verenigde Staten. Hij wordt gehouden in Churchill Downs, Louisville, Kentucky, voor driejarigen, over een afstand van 1,25 mijl met een extra gewicht van 57 kg.
Klappen in de ijzers
De lippen van het voorijzer worden geraakt door het achterijzer.
Klophengst
Hengsten waarbij één of beide ballen niet in de balzak zitten, maar in het lieskanaal of in de buikholte. Dit is te verhelpen met een operatie, maar je kan het dier beter castreren, omdat de afwijking erfelijk is. Ook wel kryptorchieden genoemd.
Kneveltrens
Een soort stang en trens ineen en kan met dubbele teugel worden gebruikt.
Koehakkig
Foutieve stand van het paard, waarbij de achterbenen met de hakken binnenwaarts naar elkaar toe gegroeid zijn.
Koliek
Buikpijn ontstaan als gevolg van diverse oorzaken; koud water, zand, darmverstopping.
Koordsingel
Eenvoudige singel, gemaakt van katoenen koorden.
Koudbloed
Elk zwaar trekpaardenras.
Krachtvoer
Geconcentreerde voeding, zoals haver, biks enz.
Kribbebijten
Een stalondeugd waarbij het paard zich met de snijtanden aan de rand van de voerbak, of iets dergelijks, vastbijt, en daarbij soms lucht inzuigt. Dit kan koliek veroorzaken.
Kruisen
Een foutieve gang, waarbij de ene voet naar voren en naar binnen stapt, en min of meer voor de andere voet komt.
Kryptorchieden
Hengsten waarbij één of beide ballen niet in de balzak zitten, maar in het lieskanaal of in de buikholte. Dit is te verhelpen met een operatie, maar je kan het dier beter castreren, omdat de afwijking erfelijk is. Ook wel klophengsten genoemd.
 
L
Leeftijdsbepaling
De leeftijd van een paard kan worden vastgesteld aan de hand van de zes snijtanden. Als alle vaste snijtanden volledig doorgekomen zijn, heeft het paard een 'volwassen gebit'.
Lendenen
Deel van het paard, wat vlak achter het zadel zit, aan beide kanten.
Lendevuur
Een spierziekte die vroeger veel voorkwam bij zware werkpaarden, en tegenwoordig bij sportpaarden. Deze ziekte staat ook bekend als maandagziekte.
Liksteen
Een blokje zout voor het paard, dat wordt vastgemaakt in een houder. Het moet zowel in de stal als in de weide altijd beschikbaar zijn.
Longe
Een geweven smalle band van zo'n 12 tot 15 meter lang, die aan het hoofdstel, het halster, of het kaptoom wordt vastgemaakt.
Longeren
Het trainen van een jong paard door het de longe een cirkelvormige baan te laten lopen.
Longwormen
Een parasiet die bij paarden ademhalingsproblemen veroorzaakt, tenzij dit wordt voorkomen.
Luchtzuigen
Een stalondeugd die meestal in combinatie met kribbebijten voorkomt. Ook dit gedrag wordt veroorzaakt door verveling. Het paard bijt zich eerst vast aan de rand van zijn voerbak, buigt vervolgens zijn nek en zuigt grote hoeveelheden lucht naar binnen.
Lymphangitis
Ontsteking van de lymphevaten.
 
M
Martingaal
Een soort hulpmiddel, dat is ontworpen om het paard te beletten het hoofd hoog te dragen en dus het bit te ontwijken.
Maryland Hunt Cup
De oudste en bekendste steeple-chase van Amerika. De Maryland Hunt Cup wordt sinds 1896 elk jaar in Glyndon bij Baltimore gehouden over een permanent parcours op natuurlijk jachtterrein.
Melkmuil
Paard met een bles die wijd uitloopt en waarbij de mond helemaal wit is.
Merrie
Vrouwelijk paard.
Merrieveulen
Een jonge merrie in het eerste levensjaar.
 
N
Niet-gedijen
Het paard groeit niet genoeg, onder normale omstandigheden.
Nieten
De uiteinden van afgeknipte nagels, die zichtbaar zijn aan de voorkant van de hoef.
Nieuw-Zealand-dek
Een waterdicht dek voor buiten, gedeeltelijk met wol afgezet, en met riemen die het op zijn plaats houden.
 
O
Ontsluitingsstadium
Dit is het begin van de bevalling, als de baarmoedermond zich opent en de vruchtvliezen tevoorschijn komen.
Ophoudingen
De handen bieden eerst weerstand en ontspannen zich vervolgens, terwijl het paard met de zit en kuiten wordt aangedreven.
Op de teugel hangen
Het paard trekt aan het bit om te proberen de teugels uit de handen van de ruiter te trekken.
Overhoef
Zwellingen en botvergroeiïngen die ontstaan als gevolg van vochtophoping in ontstoken gewrichten van de voet. Ze ontstaan meestal doordat jonge paarden te lang en te hard werken. De aanleg is dan aanwezig.
Overgangen
Het wisselen van een sneller of een langzamere gang.
Overstappen
Een paard stapt over wanneer het zijn achterbeen in de indrukken van zijn voor voeten heeft achtergelaten.
OX
Betekent Arabische Volbloed, en staat achter de naam van het Arabische paard in het stamboek.
 
P
Paardenhorzels
Een paardenhorzel is een grote, dik behaarde, niet stekende vlieg. De wijfjes leggen eieren zo groot als speldenknopjes op het paard. De larven komen uit in het lichaam van het paard.
Palomino
Goudbruine vacht met witten manen en staart.
Part-bred
Halfbloed
Passage
Dit is een hogeschool-gang; een zeer ritmische, verzamelde, verheven en gecadanceerde draf. De gang kenmerkt zich door een zeer duidelijke verzameling van de achterhand, een zeer ver doorbuigen van knieën en spronggewrichten, en een sierlijke, elastische draf.
Peesklap
Kneuzingen of scheuringen van pezen, tijdens zwaar race werk, die worden gevolgd door peesontsteking. Dit komt dan ook veel bij race- en jachtpaarden voor.
Pelham
Een bit met hefboomwerking.
Piaffe
Een zeer verzamelde en verheven drafbeweging op de plaats, die bij de hogere dressuur en in de hogeschool gevraagd wordt. De rug van het paard moet soepel en verend zijn en het paard moet diep doorbuigen in de spronggewrichten.
Pirouette
Wending van de achterhand in galop.
Pliohippus
De eerste eentenige voorouder van het paard, die 10 miljoen jaar geleden leefde.
Polo
Een ruiterspel met bal en stick voor teams van vier spelers. Polo ontstond waarschijnlijk in Perzië, maar werd overal in het Oosten gespeeld, vooral in China en India.
Pony
Elk ras dat van het Equus Caballus afstamt, met een stokmaat onder 1.48 m.
Praam
Een stok met aan het uiteinde een lus van touw. De lus wordt over de bovenlip van het paard geschoven en zachtjes gedraaid tot de lip er stevig tussen zit. De praam wordt gebruikt om een paard in toom te houden tijdens bepaalde handelingen, zoals bijvoorbeeld scheren.
Promoveren
Het overgaan naar een hogere klasse bij de dressuur. Je moet daarvoor een bepaald aantal winstpunten halen.
Punten
Uiterlijke kenmerken van een paard op basis waarvan zijn exterieur beoordeeld wordt; of een term die betrekking heeft op de kleur van de manen, staart en onderbenen van een paard.
 
R
Ramshoofd
Een bol hoofd, zoals dat van de Berber en van zware rassen zoals de Shire.
Raspen (van voeten)
Het vijlen van het draagvlak en de hoefwand door de hoefsmid, voordat hij het paard opnieuw beslaat.
Rentelgang
Telgang met de snelheid van galop.
Rittigkeit
De natuurlijke aanleg om het evenwicht te behouden tijdens het dragen van de ruiter.
Het is ook de zelfhouding die past bij het gebruiksdoel van het paard.
Roskam
a) De metalen roskam wordt gebruikt om borstels mee schoon te maken (en mag nooit op het lichaam van het paard gebruikt worden).
b) Plastic borstel met kleine plastic tandjes, mag op het lichaam worden gebruikt.
c) Rubberen, ovale, meestal zwarte borstel waar ronddraaiende bewegingen mee worden gemaakt, voor op het lichaam.
Rotstraal
Een stinkende infectie van de straal van de hoef, die vaak wordt veroorzaakt door een onhygiënische stal.
Ruin
Een gecastreerd mannelijk paard.
Ruwvoer
Vezelrijke voeding, zoals hooi, stro en gras.
 
S
Samengestelde mensport
Dit is een soort military, maar dan voor aangespannen rijden of mennen.
Samengestelde wedstrijden
Wedstrijden van een, twee of drie dagen, die uit de onderdelen dressuur, springen en crosscountry bestaan.
Schaatsenrijden
Een foute gang, waarbij de voorbenen een draaiende beweging maken. Deze gang gaat samen met de Franse stand. Ook wel scheppen genoemd.
Scheren van rij- en jachtpaarden
Hierbij wordt al het haar weggeschoren, op het haar aan de benen, en een zadeldekje na.
Scheren van Tuigpaarden
Het verwijderen van het haar boven een denkbeeldige lijn die onderlangs de hals en de buik loopt.
Schiefel
Verbeningen aan het pijpbeen, gewoonlijk aan de binnenkant van het been, maar ook wel aan de buitenkant.
Schimmel
Paard dat is geboren als zwarte, bruine of vos en die in de loop de jaren steeds witter wordt.
Schouder voor
De voorhand word licht naar binnen gebracht, zodat het binnen voor en achterbeen op een lijn zijn.
Schouder binnenwaarts
De achterhand blijft op de hoefslag en de voorhand wordt licht naar binnen gebracht.
Het voorbeen op de binnenzijde kruist dat aan de buitenzijde.
Singelgallen
Kneuzingen of wonden aan de onderbuik of achter de ellebogen van het paard. De kneuzingen worden veroorzaakt door wrijving van de singel.
Sjabrak
Een kleed of dekje, dat in de vorm van het zadel gesneden is en dat onder het zadel gelegd wordt om drukplekken op de rug van het paard te voorkomen. Het wordt vaak van vilt of schapenvacht gemaakt.
Slipjacht
Een manier van jagen. Meute en jagers volgen, in plaats van echt wild, een kunstmatig spoor, dat met een in vossenurine gedrenkte lap, of iets dergelijks, getrokken wordt.
Slofteugel
Een aan de singel bevestigde teugel, die via de trensringen naar de hand van de ruiter voert.
Snoekshoofd
Een soort 'deukje' op de neuslijn. Dit zie je vaak bij Arabieren en paarden met veel Arabisch bloed
Spat
Verbeningen aan de binnenkant van het spronggewricht door erfelijke aanleg of slijtage.
Staart- en maneneczeem
Veel jeuk rond staart en manen. Dit komt alleen aan het eind van het voorjaar, in de zomer, en aan het begin van de herfst voor. Vooral veel IJslanders hebben daar last van.
Staartriem
Riem die van het zadel naar de staart loopt. Het voorkomt dat het zadel teveel naar voren glijdt, wat nog wel eens gebeurt bij paarden met een lage schoft.
Staartwortel
Bovenste gedeelte van de staart met staartwervels en spieren.
Stalondeugden
Verschillende slechte gewoontes die het paard zich aanleert, meestal doordat het zich verveelt in de stal.
Stands
Ouderwetse stalling voor paarden. De paarden staan aan het halster vast, en aan de zijkanten zijn schotten of iets dergelijks. Aan de achterkant zijn de stands open.
Stang-en-trens hoofdstel
Een hoofdstel waarin je een stang en trens kan bevestigen. Het heeft dus voor elk bit een eigen bakstuk en elk bit heeft eigen teugels.
Stekelharig
Paarden met donkere dekharen en ook witte haren overal op het lichaam.
Stelling
Een paard loopt in stelling als er een lichte buiging van hals of lichaam naar links of rechts plaatst zonder te kantelen.
Stiften
Kleine ijzeren blokjes die onder de hoefijzers geschroefd worden om de kans op uitglijden te verminderen. Ook wel kalkoenen genoemd.
Straal
Het V-vormige deel van de zool van de voet, dat als schokdemper voor de voet functioneert.
Strekken
Het paard strekt zijn benen, zonder in een snellere gang over te gaan.
Strijken
De hoef van het been dat naar voren wordt gebracht, raakt de binnenzijde van het staande been, meestal ter hoogte van de kogel.
Strijkwond
Een wond aan de binnenkant van het been op pijpbeen of kogel, die wordt veroorzaakt door strijken.
 
 
T
Telganger
Een harddraver die in plaats van de gewone draf, in een soort telgang gaat.
Temperatuur
De normale temperatuur van een paard dat rustig en gezond is, varieert van 37 tot 38 graden Celsius
Tijgerharig
Wit paard met kleine, regelmatige vlekken. Je hebt rode, gele, zwarte en bruine tijgers.
Tölt
Gang met viertaktritme die meestal bij IJslanders voorkomt. Het is een zogeheten xtra gang, die bij IJslanders gewenst is.
Trekken van manen en staart
Het uitdunnen van manen en staart door enkele haren te nemen en deze voorzichtig uit te trekken.
Trektocht
Rit te paard van een of meerdere dagen, waarbij allerlei bagage met behulp van zadeltassen wordt meegenomen.
Trens
Het eenvoudigste bit, dat bestaat uit en een gebroken of recht mondstuk met aan beide uiteinden een ring.
Triple Bar
Een hindernis met hoogte en breedte, die bestaat uit drie evenwijdig achter elkaar geplaatste bomen die oplopen in hoogte.
Tuig
Ander woord voor harnachement, maar vooral gebruikt voor het harnachement van een tuigpaard.
 
 
V
Vastliggen
Vastliggen wil zeggen dat het paard, tijdens het rollen op zijn rug, met zijn benen tegen de wand of de omheining komt, waardoor het niet meer terug kan rollen om op te staan. Een paard kan zelfs in een zeer grote stal vast komen te liggen
Verzamelen
Het paard is verzameld wanneer het met afgebogen hoofd en goed aan de teugel gaande, met een verlaagde achterhand, veerkrachtig en licht, actief voorwaarts gaat.
Veterinair onderzoek
Een onderzoek dat door de veearts op het paard wordt verricht, om vast te stellen of het in goede gezondheid verkeert enz..
Veulen
Een paard of pony van minder dan één jaar oud.
Vierganger
Paard dat beschikt over de gangen stap, draf, galop en tölt.
Vijfgangenproef
Proef voor IJslanders. De paarden worden in alle gangen voorgesteld, waarna de jury de gangen beoordeelt.
Vijfganger
Paard dat beschikt over de gangen stap, draf, galop, tölt en (ren)telgang.
Volbloed
Omschrijving van Arabier, Anglo-Arabier, Engelse Volbloed en Berber. In de meeste gevallen is het een Engelse Volbloed als alleen het woord Volbloed wordt genoemd. Een volbloed (zonder hoofdletter!) kan ook een ander raszuiver ras zijn; bijvoorbeeld een volbloed Fjord.
Vos
Licht-, rood-, of donkerbruin paard met manen en staart in dezelfde kleur.
Vrijetijdspaard
Paard dat niet in de wedstrijdsport wordt uitgebracht, omdat de ruiter liever recreatief rijdt, of omdat het paard niet geschikt is voor de wedstrijdsport.
 
 W
Warmbloed
Een naam waar alle paarden mee worden aangeduid die een bepaald percentage, maar minder dan 50% volbloed hebben.
Wedstrijdpaard
Paard dat veel aanleg heeft voor de wedstrijdsport, of een paard dat wordt uitgebracht of (veel) wedstrijden.
Wending om de achterhand
Een kwart circel op 2 hoefslagen. Het buiten achterbeen stapt om het stappende binnende achterbeen, totdat de wending is voltooid.
Wending om de voorhand.
Het tegenovergestelde van wending om de achterhand.
Weven
Een stalondeugd die wordt veroorzaakt door verveling. Een wevend paard schommelt heen en weer, van zijn ene been op zijn andere, en raakt uit conditie, omdat hij niet genoeg rust krijgt. Ook wordt de kans op slijtage van de benen groter.
Wijken (voor de kuit)
Het paard kruist zijn voor en achter benen en wordt zijwaarts gedreven.
Wolfskies
Een extra tand die bij sommige paarden nooit, bij andere wel verschijnt, meestal in de bovenkaak. Soms zijn ze scherp en veroorzaken ze veel pijn. In dat geval moeten ze verwijderd worden.
 
 X
X
Betekent Anglo-Arabier, en staat achter de naam van een Anglo-Arabier in het stamboek.
XX
Betekent Engelse Volbloed. Staat achter de naam van een Engelse Volbloed in het stamboek.
 
 Z
Zomereczeem
Een allergie die ook wel zomerschurft wordt genoemd. Het paard krijgt ondraaglijke jeuk en scheurt zichzelf tot bloedens toe. Komt veel voor bij geïmporteerde IJslanders.
Zwartbonte
Zwart-wit gevlekt paard.
Zwarte
Paard met zwarte manen, staart en vacht.
Zweetdeken
Katoenen dek voor onder het nachtdek van een zwetend paard, of om een zwetend paard te laten afkoelen.
Zweetvos
Vos met lichtere manen en staart.
Zwilwrat
Hoornige groeisels aan de binnenkant van het onderarmbeen.
Nieuwsbrief
Schrijf u in voor onze Nieuwsbrief om geen aanbieding te missen!
Deze website maakt gebruik van cookies. Door op deze site te blijven surfen gaat u akkoord met ons gebruik van cookies. Ontdek hier meer.
x